PENN advocaten

Wanneer is er sprake van voorbereidingshandelingen als bedoeld in de Opiumwet?

In veel drugszaken wordt aan verdachten het verwijt gemaakt dat strafbare voorbereidings- of bevorderingshandelingen zijn verricht. Voorbereidings- of bevorderingshandelingen zijn handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, maar waarmee de uitvoering van bepaalde opiumdelicten wel worden vergemakkelijkt.

Voorbereidings- en bevorderingshandelingen:

Op zichzelf is het ter beschikking stellen van een loods, geld, bepaalde chemicaliën of een auto niet strafbaar. Het geven van inlichtingen evenmin. Het wordt wel strafbaar als degene die geld, goederen of informatie verschaft, weet, of ernstige reden heeft te vermoeden, dat deze middelen zullen worden gebruikt om een strafbaar feit te plegen. Deze handelingen worden dan geacht te zijn verricht met de bedoeling een misdrijf te vergemakkelijken, oftewel voor te bereiden c.q. te bevorderen.

In welke gevallen zijn voorbereidings- en bevorderingshandelingen strafbaar?

Niet voor alle strafbare feiten zijn de voorbereidings- of bevorderingshandelingen strafbaar gesteld. Het moet in het geval van de Opiumwet gaan om de zwaardere delicten. Het gaat voornamelijk om handelingen die betrekking hebben op verdovende middelen die genoemd worden in lijst 1 van de Opiumwet. Op lijst I van de Opiumwet staan de harddrugs, middelen die volgens de overheid een onaanvaardbaar groot risico met zich meebrengen.

Waarom zijn voorbereidingshandelingen strafbaar gesteld

De wet is ingegeven om het Openbaar Ministerie op een eerder moment strafrechtelijk in te laten kunnen grijpen en mensen die meer op de achtergrond opereren gemakkelijker te kunnen vervolgen. Vóór de invoering van deze wet kon door de autoriteiten pas in een betrekkelijk laat stadium worden ingegrepen, te weten het moment als het delict was voltooid of als de strafbare poging (begin van uitvoering) aanwezig was. Het gevolg hiervan was dat de organisatoren die achter de handel schuilgingen vaak ongestraft bleven, omdat deze niet bij de uiteindelijke uitvoeringshandelingen betrokken waren.

In de praktijk

Het artikel wordt vaak tenlastegelegd, maar in de praktijk blijken strafbare voorbereidings- en bevorderingshandelingen voor het Openbaar Ministerie helemaal niet zo makkelijk te bewijzen te zijn. Iemand kan namelijk om allerlei redenen bijvoorbeeld een loods of een auto ter beschikking stellen. Dat hoeft lang niet altijd verband te houden met (internationale) opiumdelicten. Ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld grondstoffen voor middelen op lijst 1 van de Opiumwet. Als het aannemelijk kan worden gemaakt dat bijv. de grondstoffen, de auto of het geld ook voor andere – niet-strafbare -doeleinden kunnen worden gebruikt, zal eveneens een vrijspraak behoren te volgen.

Voorbereidingshandeling of strafbare poging

Ook kan er discussie ontstaan over de vraag of er sprake is van een strafbare poging of van een strafbare voorbereidingshandeling. Een belangrijk verschil tussen deze twee juridische termen is dat in het geval van poging, de door de verdachte verrichte gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm in voldoende concrete mate moeten zijn verricht op voltooiing van het misdrijf. Als de gedragingen van de verdachten (naar hun uiterlijke verschijningsvorm) nog (iets) te ver van het beoogde misdrijf af staan, kan niet van een strafbare poging worden gesproken. In dat geval kan er nog wel sprake zijn van strafbare voorbereidingshandelingen, maar als dat niet ten laste is gelegd, behoort een vrijspraak te volgen.

Hoge Raad in november 2023

Het artikel in de Opiumwet is nog steeds voer voor juridische discussie. Op 21 november jl. oordeelde de Hoge Raad nog dat ook sprake kan zijn van strafbare voorbereidings/bevorderingshandelingen als de verweten handelingen hebben plaatsgevonden nadat de betreffende partij verdovende middelen in beslag was genomen. Omdat het Hof een andere mening was toegedaan, moet de zaak (deels) opnieuw worden behandeld bij het Hof.

Mr. D.M. Penn

Deel online