PENN advocaten

Europees Hof van de Rechten van de Mens tikt Nederland op de vingers

Nederland is niet het braafste jongetje van de klas als het om naleving van mensenrechten gaat. In het recente verleden heeft het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) Nederland verschillende malen teruggefloten. In 2016 kreeg Nederland in het Murray-arrest te horen dat de wijze waarop de levenslange straf een schending opleverde van het in art. 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde verbod op onmenselijke of vernederende behandeling, nu er de facto geen perspectief op vrijheid voor de levenslanggestrafte was. In 2017 oordeelde het EHRM in het Salduz-arrest dat de weigering van rechtskundige bijstand tijdens het politieverhoor in strijd was met het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in art. 6 EVRM. In 2021 (zaak Hasselbaink) is Nederland in maar liefst drie zaken veroordeeld wegens strijd met het recht op vrijheid en veiligheid ex art. 5 EVRM, omdat beslissingen omtrent de voorlopige hechtenis onvoldoende door rechters waren gemotiveerd.

Eind 2023 is daar een uitspraak bijgekomen. In de zaak Laurijsen e.a. oordeelde het Europees Hof dat Nederland had gehandeld in strijd met het in art 11 EVRM neergelegde recht op vrijheid van – vreedzame- vergadering. De zaak ging over een protest tegen een vooraf aangekondigde ontruiming van een gekraakt pand. Vooraf was aangekondigd dat het protest zou doorgaan ‘totdat de mobiele eenheid tot bezinning zou komen’. Op een andere website verscheen een oproep tot protest in de vorm van “poëzie, zingen, dansen, schreeuwen, springen (of) een boze brief sturen”. De meeste deelnemers waren herkenbaar en droegen burgerkleding. Sommige deelnemers waren gekleed in kostuums of trouwjurken. Ook waren er mensen onherkenbaar aanwezig. Uiteindelijk greep de Mobiele Eenheid (ME) in en arresteerde 138 mensen. Hierbij werd geen onderscheid gemaakt tussen mensen die kwamen voor een vreedzaam protest en de relschoppers. Het Gerechtshof veroordeelde al deze mensen wegens ongeoorloofde samenscholing tot het betalen van geldboetes. De Hoge Raad liet de veroordelingen in stand.

Een aantal van de veroordeelden stapt naar het Europees Hof in Straatsburg. De verzoekers voerden aan dat de bijeenkomst in beginsel een “vreedzame bijeenkomst” was in de zin van art. 11 EVRM. Uit de vooraf verspreide oproepen van sympathisanten en het gedrag van de deelnemers bleek dat de intenties en acties van de deelnemers gericht waren op het collectief uiten van politieke en maatschappelijke opvattingen en het gebruik van de openbare ruimte. Niet op het uitoefenen van geweld. De gewelddadige gedragingen vonden pas plaats nadat de politie hen had geprovoceerd en uiteengedreven, terwijl zij geen reële gelegenheid hadden gekregen om elders te protesteren.

Volgens de Nederlandse regering waren de bedoelingen van de organisatoren en de collectieve en gecoördineerde acties van de deelnemers niet vreedzaam en vielen daarom niet onder de werkingssfeer van art. 11 EVRM.

Het Europees Hof oordeelde uiteindelijk dat belemmerend en verstorend gedrag door actievoerders nog steeds worden beschermd door art 11 EVRM. Dit gedrag is immers vrijwel onvermijdelijk in het geval van een betoging. Het artikel biedt ook bescherming aan op het oog vreedzame demonstranten die hebben deelgenomen aan demonstraties die zijn aangetast door geweld van andere demonstranten. Met andere woorden: de vreedzame demonstranten mogen uiteindelijk door de rechter niet over één kam worden geschoren met de oproerkraaiers.

Uiteindelijk corrigeerde het Europees Hof Nederland, omdat het Gerechtshof en de Hoge Raad in deze zaak niet hadden onderzocht of de rol van de verzoekers in kwestie bij de bijeenkomst daadwerkelijk vreedzaam was. Nu hier geen onderzoek naar was verricht, kon niet worden vastgesteld dat de inmenging van de rechten van deze specifieke groep verzoekers op een vreedzame vergadering (manifestatie) kon worden aangemerkt als “noodzakelijk in een democratische samenleving”. De demonstranten wonnen de zaak.

Door deze uitspraak zullen de Nederlandse autoriteiten wel twee keer nadenken voordat er weer met geweld wordt ingegrepen bij een protest. Bij de protesten deze maand bij het Vredespaleis lijkt de ME er bewust voor gekozen te hebben de demonstranten niet weg te vegen. Misschien was er geen directe aanleiding daarvoor, maar het kan ook goed zijn dat Nederland niet nog eens op de vingers wilde worden getikt wegens schending van mensenrechten.

Mr. D.M. Penn

Deel online