PENN advocaten

Over (de verdeling van) het wederrechtelijk verkregen voordeel

Het is vaste jurisprudentie, ook van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EVRM), dat geld dat verdiend zou zijn met strafbare feiten, door de autoriteiten van de veroordeelde mag worden ‘geplukt’. Een procedure tot ‘ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel’, begint met een vordering van het openbaar ministerie (OM). Het bedrag in de vordering komt zelden overeen met het daadwerkelijke bedrag dat aan voordeel is behaald. Het is vaak het product van schattingen, gissingen en aannames aan de hand van de bevindingen in het dossier.

Het grote verschil met een gewone strafzaak is dat het openbaar ministerie niet hoeft te bewijzen dat een bepaald voordeel is behaald. Volgens de wet kan de verplichting tot betaling aan de Staat al worden opgelegd als er ‘voldoende aanwijzingen’ zijn dat het feit waarmee een voordeel is behaald, door de veroordeelde is begaan.

Geen betalingsverplichting voor deel waarvoor betrokkene is vrijgesproken.

Er ligt in ieder geval een grens als een veroordeelde voor bepaalde feiten is vrijgesproken. Voor deze feiten mag dan geen ontneming worden gevorderd, ook al zijn er ‘voldoende aanwijzingen’ dat hij de feiten heeft begaan. Dat geldt ook voor het geval iemand is vrijgesproken voor het plegen van feiten in een bepaalde periode. Als immers niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat andere dan bewezenverklaarde feiten door de betrokkene (in een bepaalde periode) zijn begaan, kan het bestaan van ‘voldoende aanwijzingen’ voor het begaan van die feiten niet worden aangenomen.

Andere methode: vermogensvergelijking

In de praktijk blijkt dat het Openbaar Ministerie dit uitgangspunt voor een deel kan omzeilen met toepassing van een andere toegestane berekeningsmethode, namelijk een vermogensvergelijking. Als het vermogen van een veroordeelde in een bepaalde periode is vermeerderd, terwijl deze vermogensaanwas niet met legale inkomsten kan worden verklaard, kan deze vermogenstoename door de rechtbank worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit betekent dat iemand die zijn vermogensaanwas niet kan verklaren, het risico loopt ook te moeten betalen voor met bepaalde feiten verondersteld behaald voordeel, terwijl hij juist voor die feiten is vrijgesproken. Zeker als er sprake is van partiele vrijspraken, is ook bij deze berekening voor het OM voorzichtigheid geboden, want er zou in strijd met het onschuldbeginsel gehandeld kunnen worden.

Verdeling wederrechtelijk verkregen voordeel in het geval van mededaders

Gedeeltelijke vrijspraken zijn dus één van de vele aandachtspunten bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat geldt ook voor de aanwezigheid van (onbekende) mededaders. Als er sprake is van medeplegen wordt het voor de rechtbank ingewikkelder om vast te stellen welk voordeel de betrokkenen daadwerkelijk persoonlijk hebben behaald. Aangezien een ontnemingsmaatregel een reparatoir en geen bestraffend karakter heeft, is het niet de bedoeling dat iemand meer moet betalen dan het bedrag waarover hij daadwerkelijk heeft kunnen beschikken.

Hoofdelijke aansprakelijkheid vs. pondspondsgewijze verdeling

Als de rechtbank niet kan vaststellen dat er sprake is van een ‘gezamenlijk voordeel’ kan de rechtbank de veroordeelde niet hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het gehele wederrechtelijk verkregen voordeel. Er is alleen sprake van een ‘gezamenlijk voordeel’ als uit het dossier blijkt dat de veroordeelde (gezamenlijk) de beschikking heeft gehad over het hele (wederrechtelijk verkregen) vermogen. De vraag of de veroordeelde daadwerkelijk over het (verdiende) geld heeft kunnen beschikken is dus voer voor discussie.

Als van een ‘gezamenlijk voordeel’ niet is gebleken ligt een pondspondsgewijze verdeling meer voor de hand. De discussie zal zich dan toespitsen op de vraag welk aandeel de betrokkene heeft gehad in de verwerving van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Hoe kleiner het aandeel, hoe kleiner de betalingsverplichting.

Kortom, de uitkomst van een ontnemingsprocedure is bepaald geen hamerstuk.

Mr. D.M. Penn

Deel online